Tegenwoordig wordt minder vaak een onderschildering gemaakt dan vroeger. Oude meesters gebruikten deze techniek veelvuldig. Ooit was het de standaardmethode om de basis voor een schilderij te leggen. Het idee is om een beeld te krijgen van de algehele compositie en de toonrelaties zonder je bezig te houden met de kleur. In deze blog meer uitleg over de onderschildering als basis voor een schilderij met een voorbeeld.
Oude meesters
De oude meesters zijn de kunstenaars uit de hoogtijdagen van de schilderkunst in de 17e eeuw, ofwel de Gouden Eeuw. Zoals bijvoorbeeld Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Rubens of Jan Steen.
In de Gouden Eeuw werd vrijwel altijd een onderschildering toegepast. Rembrandt schilderde zijn de onderschildering (ook wel Imprimatura genoemd) van zijn schilderijen met rode oker en later in een grijze middentoon. Deze onderschildering was niet voor niets. In sommige werken van Rembrandt zie je de onderschildering nog in het eindresultaat doorschemeren.
Waarom onderschildering?
Met een onderschildering krijg je een idee hoe het eindresultaat van je schilderij eruit komt te zien. Je krijgt in één oogopslag te zien of er een samenhang is tussen de schilderelementen en of je eventueel iets moet veranderen. Omdat de verf voor een onderschildering dun is, zijn fouten in olieverf makkelijk te corrigeren door ze uit te vegen. Ook belangrijk is dat je je dan alleen hoeft te concentreren op de lichte en donkere partijen. Maar je kunt er dus ook gebruik van maken zoals Rembrandt dat deed met rode oker.
Kleurgebruik
Mijn voorkeur gaat uit naar een monochrome onderschildering en te werken met Van Dijk bruin en Titaan Wit (Van Dijk bruin gemengd met wit ziet er grijsachtig uit), waardoor een soort doodverf schilderij ontstaat. Dan hoef je je nog niet druk te maken over de kleuren, maar alleen over licht en schaduw. In onderstaande afbeelding toon ik een onderschildering van het schilderij dat bovenaan dit blog is te zien. Als je goed kijkt, zie je in het roemerglas (afbeelding bovenaan) nog de onderschildering.
Maar je kunt er ook voor kiezen wel diverse kleuren voor de onderschildering te gebruiken. Gebruik kleuren met neutrale grijs-, blauw- of aardetinten die als basis kunnen dienen voor de volgende kleurlagen, of met een kleur die juist contrasteert met de uiteindelijke kleur van het onderwerp.
Hoe maak je onderschildering?
Bij een onderschildering in olieverf moet je altijd ‘arme’, dunne verf gebruiken die voldoende verdund is met terpentine. Werk met een groter penseel en breng de verf in korte streken aan. Je kunt daarbij werken van licht naar donker, van donker naar licht of beginnen met middentonen en dan naar licht en donker toewerken. Daarna kun je desgewenst met een kleiner penseel de elementen bijwerken naar de gewenste vorm, maar ga niet te gedetailleerd te werk. De onderschildering is een richtlijn en hoeft niet perfect te zijn. Als je goed kijkt, heb ik in het definitieve schilderij sommige druiven op een andere plek gezet of iets verschoven. Ook het schaaltje heb ik later aangepast. Laat tot slot het schilderij drogen voor je verder gaat. Een handig alternatief is om de onderschildering voor een olieverfschilderij op te zetten met acrylverf. Deze verf droogt snel, zodat je vrij vlot daarna kan beginnen met de volgende laag. In olieverf uiteraard. Tenslotte schilderden de oude meesters ook niet met acrylverf maar met olieverf! En dat is te zien en geeft een betere kwaliteit.
